dinsdag 18 augustus 2009

Zomertijd


Nobelprijswinnaar J. Coetzee publiceert zijn memoires in de vorm van een gefictionaliseerde trilogie. Eerst verscheen Jongensjaren, daarna Portret van een jongeman en het trio is nu compleet met het opmerkelijke Zomertijd. Het zoomt in op een periode uit Coetzee's leven in de eerste helft van de jaren zeventig, een tijdperk waarin zijn schrijverschap tot ontwikkeling kwam. Het boek mag opmerkelijk genoemd worden, vanwege de vorm die de Zuid-Afrikaan heeft gekozen. Coetzee doet voorkomen alsof hij is overleden en voert een jongeman op die zich als biograaf van de schrijver presenteert. Zomertijd is de weergave van vijf interviews die de biograaf heeft gehad met personen die Coetzee goed of minder goed hebben gekend. Het is een vreemd perspectief dat de schrijver heeft gekozen, maar het verhaal is weer zo goed opgeschreven dat je je tijdens het lezen nauwelijks realiseert dat hier toch echt de schrijver zelf aan het woord is die over zichzelf praat. Er ontstaat een beeld van een broos schepsel, een stuntelige man, een wetenschapper die als dertiger bij zijn al even stuntelige vader woont, een intellectueel die op het sociale vlak, zeker waar het de liefde betreft, als een klungelige amateur overkomt. Wat waar is en wat niet, dat blijft de vraag. Een antwoord blijft achterwege want Coetzee verschuilt zich achter de gefictionaliseerde biograaf, die op zijn beurt ook zelf worstelt met waarheid en verbeelding. Dat vind ik nog het leukste in de roman, de passages waarin de interviewer zich verweert tegen kritiek van de geïnterviewden die vinden dat hij hun verhalen te veel heeft geromantiseerd en gepersonaliseerd. Gedurfd werk van de Zuid-Afrikaan.

zondag 16 augustus 2009

De tocht van de olifant


Een olifant verplaatsen is zelfs nu nog geen sinecure, dus stel je voor hoe dat er in de zestiende eeuw moet hebben uitgezien! José Saramago (1922) doet een poging in zijn nieuwste roman, De tocht van de olifant. Hij baseert zich op wat een waar gebeurd verhaal schijnt te zijn: de Portugese koning Jan schenkt aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk een olifant. Dat beest, een paar jaar eerder al op wonderbaarlijke wijze van India naar Portugal vervoerd, inclusief de olifantendrijver, staat toch maar wat te verpieteren in een kraal. En Jan moest zijn neef toch nog een huwelijksgeschenk aanbieden, vandaar. Op zijn welbekende wijze, met heel veel ironie, beschrijft Saramago hoe het beest in een karavaan dwars door Spanje, via Italië en de Alpen naar Wenen wordt vervoerd. Uiteraard krijgen de vorsten van die dagen, evenals de katholieke kerk die een antwoord zoekt op de stellingen van Luther, om de zoveel bladzijden een flinke sneer van de Portugese schrijver. Net als in zijn bekende meesterwerken, Stad der blinden, Memoriaal van het klooster en al die andere, excelleert Saramago weer op de vierkante centimeter. Bijzin na bijzin vakkundig aan elkaar geknoopt. Wat zou Saramago zijn zonder de komma. De tocht van de olifant is niet zo dik en pretentieus als alle voorgangers, maar een hele prestatie voor iemand van 86 die tijdens het schrijven ook nog eens werd geplaagd door een mysterieuze ziekte.

dinsdag 28 juli 2009

Bookerprize


Wat de meeste genomineerden op de longlist voor de Bookerprize dit keer in ieder geval gemeen hebben, afgezien dus van de te verwachten literaire kwaliteiten, is de kwaliteit van het omslag. Dat valt mij tenminste op als ik naar de plaatjes kijk. Klik hier en oordeel zelf. Opvallend is dat J.M. Coetzee weer op de longlist staat. De Zuid-Afrikaanse schrijver won twee keer eerder deze meest prestigieuze literaire prijs in het Engelse taalgebied. En nog opvallender aan zijn nominatie is het feit dat het desbetreffende boek in Engeland nog uit moet komen! In Nederland is Summertime, Zomertijd dus, al te verkrijgen. Het is al vaker gebeurd dat de Zuid-Afrikaan eerst in Nederlandse vertaling uitkomt. Ons bescheiden oordeel over Zomertijd leest u binnenkort in dit theater.

maandag 27 juli 2009

De kleine keizer


Zes miljoen man sneuvelden in de Napoleontische oorlogen en de meesten voor niks. Desalniettemin spreekt de man die ze het slagveld op stuurde, Napoleon Bonaparte, (1769-1821) voor velen nog steeds tot de verbeelding. Ook voor mij. De passie voor de kleine keizer gaat echter niet zo ver als die van Martin Bril (1959-2009). Bril schreef De kleine keizer. Een boeiend verslag van zijn passie voor Napoleon, van begin tot eind. In hapklare brokken opgediend. De hoofdstukjes zijn wat langer dan zijn columns en in een vergelijkbare stijl geschreven. Met die typische Brilliaanse hakblokzinnetjes er tussendoor: 'Ter zake'. 'Schrijven kon hij'. 'De reis was lang'. Gelukkig vergeet Bril niet stil te staan bij, of liever gezegd: langs, de Napoleonbaan. Heb er zoveel kilometers vloeken verbijtend achter trekkers gereden dat-ie voor mij gerust afgegraven zou mogen worden, maar na Brils mooie woorden, ach, laat maar. De A73 ligt er nu toch. Mooiste beeld? Nappie op Sint Helena. Het verre eiland waar hij in ballingschap de laatste jaren van zijn leven slijt. Napoleon die in een van zijn twee bedden ligt - hij wisselde 's nachts altijd van bed - en aan het behang ligt te likken. Omdat in de behanglijm arsenicum was verwerkt en het leven de kleine grote man weinig meer te bieden had. Hoeft niet waar te zijn om toch geloofd te worden.

dinsdag 21 juli 2009

Kolyma


Zelden dat ik een uitstapje maak naar het genre van de thriller. Maj Sjöwall en Per Wahlöö, de serie van die twee heb ik wel ademloos uitgelezen, al is het niet in de juiste volgorde. Per ongeluk kwam ik een paar jaar geleden in Kind 44 van Rob Tom Smith terecht. Toen ik halverwege een blik op de flap wierp en las dat het om een literaire thriller ging - in plaats van de achterflap, die ik niet vertrouw want geschreven door uitgevers die boeken willen verkopen, lees ik in de boekwinkel altijd de eerste bladzijde en als die me het boek intrekt, loop ik naar de kassa - was ik al lang in de ban. Goed geschreven en een ijzersterke plot. Maar voor mij belangrijker was het decor. Niet de straten van Chicago of een cottage in Kent, maar het ruwe Rusland onder het juk van Stalin. Waar een misdaad als de moord op 44 kinderen door het regiem werd ontkend. Want onder het communisme bestond criminaliteit niet zoals we allemaal weten. Halsreikend keek ik uit naar de opvolger van Kind 44. En nu ligt het in de boekhandel: Kolyma. Uiteraard bij de afdeling spanning, maar ik heb het toch weten te vinden. Eerst het slechte nieuws: het is abominabel geredigeerd. Typefouten. Slordigheden. Een hoofdstuk begint zelfs met 'Vijf jaar later' terwijl het maar vijf maanden zijn. Zette me toch effe op het verkeerde been. Maar voor de rest: weer een indrukwekkend boek. Iets meer overdrijving in het plot, maar dat hoort zo in dit genre, zullen we maar zeggen. Wraak- en schuldgevoelens vechten om voorrang. Zelfde hoofdpersoon, zelfde spanning en weer een plot vol verrassingen. Speelt na de dood van Stalin in 1956 maar dat doet niets af aan de ernst van de wederwaardigheden waaraan de hoofdpersoon wordt blootgesteld. Wie overigens wil weten hoe het er echt aan toeging in de wrede kampen van Kolyma, leest Berichten uit Kolyma van Varlam Sjalamov. De werkelijkheid weet fictie altijd nog te overtroeven.

zondag 12 juli 2009

Vinkenoog


Simon Vinkenoog is niet meer. In de vroege zondagochtend van 12 juli 2009 blies hij zijn laatste adem uit. Een hersenbloeding is de sympathieke, vrijgevochten dichter fataal geworden. Hij stelde in 1951 de dichtbundel Atonaal samen; dat markeerde het begin van de Vijftigers. Behalve gedichten schrijven, kon hij ze ook brengen als geen ander. Als eerbetoon volgt hier het heel toepasselijke Wij zijn, uit 1957:

Wij zijn

Als de vlugge voetstap van de halsmisdaad,
als het bitterzoete wachten,
als de pijn van alleenzijn;

zonder reden. Radeloos en reddeloos,
beterwetend, alleswetend, nietswetend.

Woorden blijven in de handen steken,
speeksel verjaart in de mond,
klein vergif en rood verraad.

Nu zal het avondmaal smaken als gal,
en de kleine bruine minderheden in ons bloed
zullen vechten om vrijheid,
en de daad wordt verdaagd, en het woord wordt verdacht.

Nu zal het bloed blijven steken
en de hartklop wordt onhoorbaar.

Nu eindigt dit leven, nu nadert het leven,
hier staan wij naakt,
hier staan wij waar.

(uit: Onder (eigen) dak. Gedichten, Stols, Den Haag, 1957)

zaterdag 11 juli 2009

Laagland


Cricket is nooit mijn ding geweest. Die gekke paaltjes, dat malle slaghout en die oer-Engelse rituelen eromheen. In Laagland van Joseph O'Neill, een Ierse New Yorker met Nederlandse inslag, speelt cricket een grote rol. Hoofdpersoon Hans van den Broek ontmoet in New York, het New York van na nine eleven, een opmerkelijke man die van plan is in de wereldstad een cricketstadion te bouwen. Dat ontheemde buitengesloten gevoel dat je bekruipt als je als leek naar zo'n cricketwedstrijd kijkt, dat bekroop me tijdens het lezen van die goed geschreven roman ook af en toe. Waar gaat het eigenlijk over? Over een gemankeerde relatie, zeker wel. Over de angst van na de aanslagen op het World Trade Centre, zeker ook. Over de rusteloosheid van een carrièreman in een wereldstad. Maar naar een thema dat die motieven een beetje fatsoenlijk bindt, is het zoeken in Laagland. Probleem is ook dat de suggestie van intrige en plot, verbonden aan het lot van een cricketmaniak die dood in een New Yorks kanaal komt bovendrijven, niet verder dan die suggestie komt. Zo'n spanningsboog die al niet te strak gespannen is, die als een te vaak gebruikt stukje postbode-elastiek dat in weer en wind aan een fietsstuur heeft gehangen verkruimelt als je het weer eens om een stapeltje post wilt spannen.